Diagnostiek
Diagnostiek
Het diagnostisch proces kent een aantal fasen
(Vermeulen & Degrieck, 2006):
- de intake: eerste kennismaking, gekoppeld aan een inventarisatie van de vragen die er zijn over het kind en van de eerdere stappen die al zijn ondernomen in het zoeken naar een diagnose
- de vragen over de ontwikkeling van het kind, de ‘anamnese’
- de observatie en het testonderzoek
- de besluitvorming: dit is de toekenning van een diagnostisch etiket
- eventueel aanvullend onderzoek
- de mededeling van de resultaten van het onderzoek aan de ouders (en/of andere personen) met aansluitend adviezen voor behandeling, aanpak en onderwijs
Ouders zijn meestal de eersten die constateren dat hun kind ander/vreemd gedrag vertoont. De ouders merken dat het moeilijk is (emotioneel) contact te krijgen met hun kind. Bezorgdheid en observaties van ouders zijn van grote waarde voor de arts of hulpverleners. Screening is niet hetzelfde als diagnose stellen. Screening is bedoeld om te kijken of verder onderzoek nodig is.
Voor ASS bestaat geen test of laboratoriumonderzoek waarmee de diagnose eenvoudig kan worden gesteld. Verschillende deskundigen kunnen de diagnose stellen aan de hand van vragenlijsten, observaties en gesprekken met de ouders. Aan de hand van deze gegevens wordt beoordeeld of het kind voldoet aan de criteria voor ASS. (Vermeulen & Degrieck, 2006).
Waar kunt u terecht voor de diagnose?
De diagnose kan door een psycholoog of (kinder)psychiater gesteld worden die deskundig is op het gebied van autisme. De huisarts kan u hiervoor doorverwijzen.
Andere deskundigen die hierbij betrokken kunnen worden zijn:
- een leerlingbegeleider van een onderwijsbegeleidingsdienst
- een intake-functionaris van Bureau Jeugdzorg
- het schoolmaatschappelijk werk